Selecteer een pagina

De industrie gebruikt 45% van het energie eindverbruik in Nederland. Echter is hiervan maar 13% elektriciteit, de rest bestaat uit grondstoffen (48%) en warmte (39%). Dat betekent dat de uitstoot niet significant teruggebracht kan worden door elektriciteit uit zon- of wind op te wekken.  

 

Vaak wordt de benodigde warmte geproduceerd door aardgas te verbranden, hetgeen CO2 uitstoot tot gevolg heeft. Warmte kan weliswaar ook met elektriciteit geproduceerd worden, bijvoorbeeld met een warmte-element zoals in een waterkokerEr ontstaat geen CO2 uitstoot bij de verwarming met elektriciteit, maar het is vaak een stuk duurder. Omdat de prijs voor de uitstoot van CO2 nog relatief laag ligt, zijn er op dit moment nog geen bedrijfseconomische redenen om aardgas te vervangen. Bovendien moet de uitstoot die vrijkomt bij de productie van de gebruikte elektriciteit ook meegeteld worden. Dit betekent dat er voldoende duurzaam opgewekte elektriciteit beschikbaar moet zijn voor een volledig duurzame warmte opwek. 

 

Wat echter een grotere rol speelt bij de vraag of een proces geëlektrificeerd kan worden is de benodigde temperatuur in de industrie. Over het algemeen wordt onderscheid gemaakt tussen lage en hoge temperatuur processen. Lage temperatuur processen met temperaturen tot 300 graden kunnen vaak relatief gemakkelijk geëlektrificeerd worden, bijvoorbeeld met boilers of industriële warmtepompen. Bij hoge temperatuur processen moet echter energie intensievere technieken toegepast worden, wat vervanging nog duurder maakt.