Selecteer een pagina

De luchtvaartsector is een veelgenoemde boosdoener in het klimaatdebat. Wereldwijd zorgt de sector voor 2 tot 3% van alle emissies en binnen de Nederlandse economie is dit zelfs ongeveer 6%. Het is duidelijk dat, als we de klimaatdoelstellingen willen halen, we niet door kunnen blijven gaan zoals we het nu (of in ieder geval voor de Coronacrisis) deden. Daarom kijken we in dit artikel naar de mogelijkheden om de luchtvaartsector groener te maken. We spraken hiervoor Jort en Yanniek, die beiden werken aan de verduurzaming van de luchtvaart, maar vanuit een andere rol en met een ander perspectief. Jort werkt inmiddels 9 maanden bij Schiphol via Talent voor Transitie. Eerst werkte hij als adviseur zonne-energie, maar sinds mei is hij naar het team ‘airsite oplaadvoorzieningen’, waar hij ervoor zorgt dat alle elektrische voertuigen (en misschien later ook vliegtuigen) voldoende elektriciteit kunnen krijgen. Yanniek werkt sinds begin dit jaar bij de Rotterdam The Hague Innovation Airport (RHIA), een stichting die innovatieprojecten ontwikkelt en realiseert om de luchtvaart van de toekomst te ontwerpen 

Schiphol en KLM worden meestal in één adem genoemd als het over de luchtvaartsector gaat, maar als het over verduurzaming gaat is er een groot verschil tussen de twee bedrijven. Jort: “Simpel gezegd is de scope van Schiphol vanaf de landing van het vliegtuig tot het weer opstijgt. Dus het brandstofverbruik van een vliegtuig is uitstoot van de vliegtuigmaatschappij, zoals KLM, maar het tanken hoort wel bij Schiphol. Ook voelt Schiphol zich verantwoordelijk voor de beweging van een vliegtuig naar de landingsbaan, dus onderzoeken we of dat elektrisch gedaan kan worden, al hoort het technisch gezien bij het brandstofverbruik van het vliegtuig.”  

Schiphol heeft als doel om in 2030 ‘klimaatneutraal’ te zijn, dat houdt in dat het bedrijf helemaal geen CO2 meer uitstoot. In de komende tien jaar moet er daarom veel gebeuren; dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Jort: “Er is veel ambitie om stroom op te wekken met zonnepanelen op daken en naast de landingsbanen. Maar het is een groot bedrijf met veel verschillende afdelingen die niet altijd goed samenwerken. Dit maakt het lastig om een project te realiseren. De techniek bestaat, maar nu moeten we ervoor zorgen dat alle mensen die erbij betrokken zijn, de stakeholders, het eens worden.” Inmiddels heeft Jort een werkgroep opgezet met vertegenwoordigers van alle verschillende afdelingen om zonprojecten te starten en merkt hij dat er tijd en geld voor wordt vrijgemaakt. Zelfs nu tijdens de Coronacrisis, die de luchtvaartsector erg hard heeft geraakt, staat duurzaamheid nog hoog op de agenda.  

Naast het grootschalig opwekken van stroom met zonnepanelen is er nog een energieprobleem op Schiphol waar Jort zich nu mee bezig houdt: alle voertuigen die op Schiphol rijden (denk aan het vervoer van koffers, catering, tankauto’s en bussen met passagiers) moeten elektrisch worden. Zo is er onlangs een pilot gestart voor een elektrische sleepwagen die vliegtuigen naar de landingsbaan beweegt, zodat het vliegtuig hier geen kerosine voor hoeft te gebruiken. Maar door de grote aantallen bezoekers en vluchten op Schiphol rijden deze voertuigen dag en nacht, dus hebben ze weinig tijd om opgeladen te worden. Elektrische auto’s kunnen meestal niet urenlang rijden. Jort onderzoekt nu ook het versterken van het elektriciteitsnet op Schiphol: als alle voertuigen elektrisch worden, moet er veel meer stroom kunnen worden getransporteerd op het terrein.  

Waar Jort zich bezighoudt met erg concrete oplossingen die binnen tien jaar gerealiseerd kunnen worden, kijkt Yanniek bij RHIA naar innovaties voor de luchtvaartsector op de lange termijn. Yanniek: “ons innovatieprogramma kijkt naar hoe we de luchtvaart kunnen verbeteren, zodat het beter is voor het klimaat en geluidsoverlast, maar ook zodat de sector zich voorbereid op wat wij ‘de nieuwe economie’ noemen. In de toekomst gaat er bijvoorbeeld veel meer digitaal gebeuren. Wij zoeken allemaal partners en brengen ze samen om innovatieprojecten te starten om hier onderzoek naar de doen 

We hebben veel verschillende projecten in ontwikkeling en in uitvoering. Een erg belangrijke is bijvoorbeeld de productie van synthetische kerosine. Synthetische kerosine wordt van CO2 en waterstof gemaakt, het gebruikt CO2 in het productieproces. Als de kerosine wordt verbrand stoot het deze CO2 ook weer uit, maar er komt dus geen extra CO2 in de atmosfeer. Hierbij is de schaal een belangrijk obstakel: “binnen 1 of 2 jaar kunnen we een fabriek bouwen die synthetische kerosine maakt, maar dit zijn dan kleine volumes. Als je alle vliegtuigen van Schiphol op deze kerosine wilt laten vliegen heb je gigantische fabrieken nodig die dit maken.” Daarnaast is het momenteel ook nog vier of vijf keer duurder dan normale kerosine, maar als productie op grote schaal begint kan de prijs snel dalen.  

Rotterdam The Hague Airport is een soort proeftuin voor een grotere luchthaven als Schiphol. Het is een operationeel vliegveld met internationale vluchten en daarnaast ligt het lokaal ook erg gunstig. Zo wordt er samen met de Rotterdamse haven gekeken naar het produceren voor waterstof, wat ook nodig is voor synthetische kerosine. Door de gunstige regionale en internationale ligging van het vliegveld én de politieke aandacht van de Nederlandse overheid en de Europe Unie heeft Yanniek vertrouwen dat de innovatieprojecten binnen RHIA een grote bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van de luchtvaart. Yanniek: “Wanneer we duurzaam vliegen mee gaan maken? Met synthetische kerosine zou dat al binnen een paar jaar mogelijk zijn, maar dan waarschijnlijk eerder naar Londen dan naar Sydney en voor een hoger bedrag dan dat we nu gewend zijn!”.